TEXT_SIZE
 

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mail

Willem van der Ark "HAPPY MET FC UTRECHT" 1992

Ruim twee maanden na zijn terugkeer op de Nederlandse velden heeft Willem van der Ark nog steeds moeite om zich aan de schotse zuinigheid te ontworstelen. Twee treffers (tot afgelopen week einde) vormen de schaarse aankleding van zijn rentree bij FC Utrecht, waardoor het beoogde voetbalspektakel nog steeds niet is terug gevonden in de Galgenwaard.

"De buitenwacht had misschien wel wat meer van mij verwacht, maar de kenners weten dat dit Utrecht niet het spelletje speelt dat ideaal is voor een spits". Desondanks wint de hoop, het vertrouwen en vooral de tevredenheid over de toekomst na drie jaar Aberdeen het vooralsnog van de sportieve mineur. Want:" Pas als je een paar jaar in het buitenland hebt geleefd leer je Nederland waarderen.


De hang van het ultra·kritische Utrechtse publiek naar vroeger tijden deed Ab Fafiè aan het begin van het jaar uiteindelijk overstag' gaan. Zijn ploeg, ooit het boegbeeld van ongecompliceerd, aanvallend voetbal, werd verweten saai, obligaat, voorspelbaar en dus on- Utregs te spelen, en dat stak 'Koning Ab', die de loopgraventactiek eerst nog met klinkende prestaties wist te verdoezelen, maar dit seizoen met de billen bloot ging. Met de komst van Willem van del' Ark., eind januari, diende enig nieuw elan te worden ingebracht, maar ruim twee maanden later is het resultaat nauwelijks zichtbaar.

Want ook Van der Ark heeft FC Utrecht nog geen vleugels mee kunnen geven. De ploeg telt nergens meer in mee in Nederland, doet­ nog steeds liever twee stappen achter· in plaats van vooruit, en heeft in Van del' Ark een 1.94 grote spits in huis gehaald die het zonder de ballen van de flanken moet doen. Van del' Ark doet het met twee treffers dan ook op zijn Schots, of· wel zuinig. "Misschien hadden de mensen ook wel meer van mij verwacht", bekent  van der Ark.

 "De kenners zien echter dat dit Utrecht een spelletje speelt dat niet echt ideaal te noemen is voor een spits. Het aantal bespeelbare
ballen dat je krijgt is miniem. De voornaamste prioriteiten liggen bij deze ploeg achterin en dan is het natuurlijk lastig voetballen voor een spits. Daarom is het voetbal ook nog niet helemaal geworden wat ik er zelf van verwacht had.
 
Het loopt nog niet met de ploeg en automatisch ga je dan als nieuweling in die prestaties heen en weer."

"Ik heb tot dusverre twee keel' gescoord en dat is dus nog niet echt veel, nee. Het is ook niet zo dat ik kan zeggen dat ik stink van de kansen. De mogelijkheden die ik krijg zijn gewoon nog zeer spaarzaam geweest. Maar zoals gezegd, Utrecht is natuurlijk ook geen ploeg die zich geen honderden kansen tijdens een wedstrijd weet te creëren. Dat is inherent aan onze speelstijl .Daar moet je mee leren leven. Als je bij ons een enkel kansje krijgt, mag je al blij zijn.

Het is een strijd· en denkwijze die Van der Ark bij zijn komst niet achter Utrecht had gezocht. "Iedereen kwam in het begin met verhalen naar me toe dat Utrecht zo negatief zou spelen, maar ik heb altijd gedacht dat de ploeg nog steeds borg stond voor het opportunistische spelletje dat in de tijd van Van Loen en Willaarts gespeeld werd. Maar dat viel dus een beetje tegen. Ik moet zeggen dat ik me ook niet echt in de problemen van de ploeg verdiept had. Ik was allang blij dat lk weer terug kon naar Nederland. En Utrecht sprak me daarbij bijzonder aan. Een mooie club, een schitterend stadion, apart publiek en aanvallend voetbal. Maar Fafiè heeft daar dus een andere mening over."

En dat gaat ten koste van Willem van der Ark?

"Fafiè is een trainer die eerst achterin orde op zaken wil hebben en van daaruit pas naar voren gaat werken. Natuurlijk is het voor een spits veel betel' als je wat aanvallender voetbal speelt, maar welke clubs voetballen wellekker vrijuit? Bijna niemand toch? Ik heb het er nog, niet persoonlijk met Fafiè over gehad, maar ik denk dat het voor iedereen wel duidelijk is waar de problemen liggen. Ik voetbal hier pas acht weken en dan ga ik niet meteen roepen wat er allemaal zo nodig veranderd dient te worden. Ik moet er eerst voor zorgen dat ik zelf alles weer op een rijtje krijg. Daarbij weet ik dat Fafiè in de toekomst ook naar een ander soort voetbal toe wil, dat heeft ie inmiddels ook al aangegeven."

Een eerste aanzet daartoe zou het opstellen van echte buitenspelers zijn. Dat kan jouw spel alleen maar ten goede komen. Bij jouw komst heeft Fafie ook door laten schemeren het in de toekomst eens op die manier te willen proberen. Bovendien heeft Utrecht in Jerry Cooke en in mindere mate Edwin de Kruyff de benodigde mensen voor de zijkanten al in huis.

"Men had inderdaad verwacht dat Cooke wat meer zou spelen, maar dat is er op de èèn of andere manier nog niet uit·gekomen. De problemen,van Edwin (De Kruyff) zijn inmiddels ook wel bekend, dacht ik zo. Hij vindt zich juist iemand die achter de spitsen betel' tot zijn recht komt dan aan de rechterkant. Ik speel nu met Smolarek in de spits, waar Bijl vanuit het middenveld dan bij dient te sluiten. Ik blijf erbij dat ik op deze ma· nier ook mijn waarde kan hebben voor een ploeg. In Schotland heb ik bijna alleen maar met twee spitsen gespeeld, waar af en toe nog eens een derde man bij kwam. Maar dat is niet te vergelijken met het driespitsen·systeem zoals dat in Nederland gespeeld wordt. Een jongen als Huistra is daar ook een uitzondering. De mensen aan de zijkanten hebben in Schotland meer de drang om naar binnen te gaan, zoeken ook nooit die achterlijn op. Maar wie speelt erin Nederland nu nog met echte buitenspellers? Ja, Ajax doet het af en toe; maar verder bijna niemand meer. Zelfs in de eredivisie' is het systeem al bijna niet meer te gebruiken, omdat het te veel problemen oplevert bij de omschakeling van aanval naar verdediging."
 
Het lijkt erop dat Van der Ark nu al met zijn ziel onder de arm door de Galgewaard banjert, maar niets is minder waar. De Groninger heeft het juist uitstekend naar zijn zin in zijn nieuwe omgeving. "Het bevalt me echt prima hier", zegt Van der Ark. "Als je ook ziet wat voor een spelersmateriaal we hebben, dan is het toch onbegrijpelijk dat we zo laag staan. Het kan daarom in de toekomst alleen maar beter gaan, ," Van der Ark weigert dan ook zijn gal te spugen in de beker waaruit hij drinkt. Daarvoor is ie te blij met deze nieuwe kans. De voormalige pinch·hitter: "Het is weer een nieuwe uitdaging waar ik broodnodig aan toe was. Ik had het na drie jaar wel gezien in Schotland. Op het laatst gingen me teveel dingen tegen· staan.

Het hele leven is in Nederland anders. Ik vind het hier toch een stuk gezelliger, je hebt meer mogelijkheden. Aberdeen ,was best wel een leuke stad met een mooie omgeving, maar alles leeft in Nederland gewoon veel meer. Als je alleen al de zomers met elkaar vergelijkt. Het bruist hier in de steden van de gezelligheid en voor ons is dat ook heel normaal, maar in Schotland is er in die periode echt niks bijzonders te doen. Je hebt er prachtige stranden, maar het ligt er nooit vol. Terrasjes ken­nen ze niet, het is er veel saaier. Dat soort dingen ga je wel missen na een tijd. Pas als je een tijdje in het buiten­land hebt gewoond leer je Nederland echt waarderen, daar ben lk nu wel ach­ter. Wij vinden alles al zo vanzelfspre­kend. Vooral als je een mindere peri ode met voetballen hebt, val je vaak terug op die eerder genoemde dingen die je in Nederland wel bij de hand hebt, zoals vrienden en familie bijvoorbeeld."

Van spijtbetuigingen wil Van der Ark echter niets weten. Daarvoor heeft-ie bij Aberdeen in drie jaar tijd te goed ge­boerd. "Nee, spijt heb ik echt nooit ge­had. Ik heb natuurlijk wel drie jaar in de top van het Schotse voetbal kunnen spelen. Ik kijk ook zeker niet met een kater op die periode terug. Het is ach­teraf toch een heel mooi avontuur ge­weest. Het grootste en belangrijkste ge­deelte uit mijn carrière heb ik daar door­gebracht en dat heeft me ook veranderd, ja. Niet alleen als voetballer, maar voor­al als mens. Wat ik net al aangaf, je leert de voor ons zo normale dingen dan pas echt weer waarderen, want je moet niet vergeten dat de levensstandaard er een stuk lager ligt dan in Nederland." Van der Ark, als 'stadjer' uiteraard groot geworden in Groningen, maar als voetballer gegroeid bij Cambuur, maak­te drie jaar geleden de overstap van Wil­lem II naar Aberdeen waar vissers en oliebaronnen om voorrang strijden, maar waar de meeste uitstraling toch voor rekening komt van Aberdeen FC, "AIs je zo'n kans krijgt moet je hem meteen pakken", weet Van der Ark, "Moet je met aarzelen, dat kunnen al­leen de echte toppers zich veroorloven. In mijn klasse hebben ze snel genoeg een vervanger, zitten ze echt niet alleen op Van del' Ark te wachten. Dat zag je aan Cornelissen vorig jaar. Kon overal naar toe, wilde wachten, maar speelt nu bij Eendracht Aalst, begrijp je? '
 
Theo Snelders en Willem van del' Ark waren de eersten van een ware Neder­landse exodus naar de Schotse Premier Division, waarbij Aberdeen met de twee bovengenoemde spelers en met Hans Gillhaus, Theo ten Caat en Peter van de Ven al snel de toon zette. "En ik denk dat de komende jaren nog veel meer Ne­derlandse jongens naar Schotland zul­len verhuizen', oppert Van del' Ark. "Dat heeft voornamelijk een financiële  reden, want Nederlandse jongens zijn relatief veel goedkoper dan Britse spe­lers en kwalitatief minstens zo goed, of misschien nog wel beter. De gemiddelde salarissen liggen er een stuk hoger, het belastingklimaat is voor ons veel gun­stiger, dus is het ideaal om een speIer uit Nederland te halen,"
 
"De Nederlandse jongens trokken ook veel met elkaar op, ja. Wij waren in de kleedkamer toch wat luidruchtiger. Die Schotten wisten ook nooit waarover we het precies hadden. We ouwehoerden ge­woon over alledaagse dingen, maar door de slechte prestaties van dit seizoen kwamen er opeens allerlei geruchten los dat het ons eigenlijk weinig uitmaakte hoe de club er voor stond. Onzin natuurlijk, maar bij Aberdeen kunnen ze ook maar moeilijk wennen aan dit seizoen. Ze zijn er een beetje de weg kwijt ge­raakt, want zo'n slecht seizoen als nu hebben ze de laatste jaren niet meer meegemaakt. En in zo'n situatie willen uiteraard de wildste verhalen nog wel eens loskomen,"
 
Bij Van del' Ark zat de ontevredenheid tegen die tijd al heel wat dieper gewor­teld dan de incidentele terugslag van Aberdeen. Van del' Ark over de rol van jojo: "In het tweede seizoen zijn voor mij de eerste problemen begonnen, Dan speelde ik tot ieders tevredenheid weer ben wedstrijden in de basis, maar ver­volgens stond ik er zonder duidelijke re­denen gewoon weer vijf wedstrijden naast. Dat is eigenlijk de gehele periode bij Aberdeen zo doorgegaan. De nummers 12 tot en met 16 zijn in Schotland enorm belangrijk, daar trekken ze ook rustig een miljoen gulden voor uit. Ze doen het ook voorkomen datje van enorme waarde voor de club bent, mam.' voor jezelf weet je dat dat niet zo is. Ik kon er in ieder geval niet aan wennen. De manager zei altijd dat het te maken had met feit dat ik een Nederlander was, want de Schotse jongens legden zich bij zo'n beslissing gewoon neer en gingen met een goed gevoel op de bank of tribune zitten. Maar zo zit ik dus niet in el­kaar, Ik zat er iedere keer weer met de pest in mijn lijf. Ik leefde niet meer van wedstrijd tot wedstrijd, omdat je nooit wist waar je aan toe was. De ambiance was natuurlijk prachtig dat maakte ook een heleboel goed, maar ik wilde ge­woon weer iedere week spelen, ergens weer naar toe kunnen leven.

Een vast ritme pakken zoals dat nu gebeurt, en dat bevalt me nu echt heel goed. Ja, je kon het wel vergelijken met de moeilijk­heden die Van Loen nu bij Ajax heeft. John is ook zo'n jongen die goed in vorm is, constant wil spelen, mam.' dam.' niet aan toekomt. Het is heel moeilijk om daar mee te leren leven, maar het hoort nu eenmaal bij een topclub."
 
Twee jaar  riep Van der Ark al dat hij wegwilde uit Aberdeen en zo lang heeft  hij dus moeten wachten alvorens FC Utrecht zich meldde. "De meeste clubs schrokken al bij het horen van de vraag­prijs, want de prijzen liggen in Schot­land wel iets anders dan op het vaste­land van Europa. Van Aberdeen hoefde ik ook helemaal niet weg, ze waren te­vreden over me, maar ik had er genoeg van. Zeker dit jaar had ik er flink de ba­len van. Op een gegeven moment heb ik tegen Smith (de toenmalige manager en inmiddels ontslagen, red.) ook gezegd dat ik weg wilde en Utrecht was vervol­gens de eerst echte serieuze gegadigde. Als club zag ik Utrecht wel zitten. Na­tuurlijk heb ik financieel flink in moe­ten leveren, maar dat kan me met zo­veel schelen. Ik wilde iedere week voet­bal en, investeren in mezelf, dat is voor­lopig het belangrijkste. Moeten is dan ook een groot woord, maar het avontuur blijft wel trekken, ja. Ik ben 28, het kan altijd nog. Als spits sta je nu eenmaal al­tijd in de picture. Een paar doelpunten en er is al weer belangstelling. Dat is het grote voordeel van de positie die je inneemt."    

 
 
mod_vvisit_counterVandaag6627
mod_vvisit_counterGisteren5349
mod_vvisit_counterDeze week60101
mod_vvisit_counterVorige week76379
mod_vvisit_counterDeze Maand183877
mod_vvisit_counterVorige Maand349261
mod_vvisit_counterAlle dagen13003164

We have: 48 guests, 2 bots online
Jouw IP: 107.22.120.91
 , 
Vandaag: apr 19, 2014

Google Automatic Translations

English Arabic Bulgarian Croatian Czech Dutch French German Greek Italian Japanese Norwegian Polish Portuguese Romanian Russian Spanish Swedish Catalan Serbian Slovak Slovenian Ukrainian Albanian Estonian Hungarian Turkish Afrikaans Irish Belarusian Macedonian

Reclame Bunnikside